platonisme, kans en het antropisch principe
Mensen als Richard Dawkins en nog een boel anderen zeggen dat het idee van een God alleen maar meer vragen oproept over waarom de wereld zo is als ie is: Als god deze complexe wereld heeft geschapen, hoe complex moet hij dan wel niet zijn? Occam`s razor zou zeggen, weg met het God-idee, dat maakt begrip van de werld zoals ie is op zijn minst iets minder moeilijk.
Ik ben van mening dat Occam`s razor op het gebied van metafysische of religieuze overwegingen geen hout snijdt. Hieronder wat stellingen met uitleg om dit proberen expliteren:
1) Wetenschap gaat uit van het bestaande, en probeert daar rationele orde in te brengen. Per definitie stelt wetenschap niet vragen als ´waarom er Iets is in plaats van Niets´; dit zijn vragen voor metafysici. Als wetenschappers zich derhalve bemoeien met vragen die buiten het bereik van de wetenschap liggen, en zich afvragen of God al dan niet bestaat bijvoorbeeld, maken ze van begin af aan een categoreale fout, of hoe je het ook noemen wilt. Dingen als Occam´s razor, die de wetenschap vooruit kunnen helpen, hebben geen enkele waarde buiten de reikwijdte van de wetenschap. Occam´s razor als heuristisch leidprincipe in metafysische overwegingen lijkt me een vrij riskante en onverstandige onderneming. Metafysica is meer vragen stellen waarop niet zomaar een antwoord op te vinden is. Het is contemplatie en creatief nadenken zonder zomaar een antwoord te vinden, maar hoogstens een serie mogelijke antwoorden die echter in een mensenleven wellicht altijd onbeslisbaar zullen zijn. Het is assumpties opperen en die contemplatief te onderzoeken: pas in een veel later stadium komt Occam´s Razor wellicht aan bod. Maar primair, herhaal ik, is metafysica creatief-contemplatieve vragen stellen waarbij Occam´s Razor alleen maar een grote hindernis is.
2) Fysisch Platonisme (mathematische wetten in de Natuur met bepaalde exacte waarden van fundamentele parameters) is noodzakelijk waar als de wereld volledig deterministisch is. Als de wereld niet alleen complex geordend is maar zo tot aan het einde der tijden, zogezegd, zo blijft, dan houdt dat in dat er exacte wetten zijn die het elk moment het fundament vormen van de evolutie van heel het heelal (of heellalen). Als natuurwetten nooit en te nimmer niet veranderen (een formulatie van determinisme) dan kan je over ´eeuwige wetten´ spreken. Het ´exacte´ volgt evenzeer uit het volledig determinisme. Want, zouden de dingen niet exact hun evolutie in het heelal volgen, dan is er geen sprake meer van volledig determinisme maar is er een bepaalde vaagheid in de evolutie van het heelal (noem die vaagheid maar kans). Platonisme is uiteraard het idee dat er een wereld bestaat, buiten (en soms (deels) in) menselijke waarneming, die exact en voor eeuwig bepaald is. (Discussie over of de (fysische) wereld niet alleen wiskunde herbergt, maar ook eeuwig en onveranderlijk (exact) Goed en Schoon scheppen andere wegen in de discussie waar ik nu niet heen wil).
3) Fysisch Platonisme (als: mathematische wetten in de Natuur met bepaalde exacte waarden van fundamentele parameters die in evolutie heelal al dan niet van waarde veranderen) is noodzakelijk waar als de wereld deels deterministisch is en deels gestuurd wordt door of irreduceerbare kans, of vrije wilsbesluiten door organismen of door wat voor entiteit dan ook, of door allebei. Dit moet waar zijn om de volgende redenen. A) Er bestaat niet zoiets als ´volledig vrije wil´ die niet voor een klein of groot deel geconditioneerd is door het verleden en de constitutie van een entiteit, en op dezelfde wijze bestaat er niet zoals als volledige willekeurigheid: kans is altijd exact of met een bepaalde onzekerheid binnen zekere grenzen bepaald (ad infinitum achtige verschijnselen maken voor het argument hier geen donder uit: kans blijft hoe dan ook deels gedetermineerd). De normaalcurve bijvoorbeeld is een volledig deterministisch en eeuwig wiskundig iets. Ofwel, anders gezegd: determinisme regeert de kans in de wereld. B) Als universum of universa deels random (middels een perfecte, Platonische Dobbelsteen in kwantummechanische systemen als neutronensterren of radioactieve materie etc.) en/of gewild (door organismen, geesten, goden, God) evolueert, zijn er dus verschillende heelallen mogelijk die zich kunnen actcualiseren. Om verschillende heelallen al dan niet te kunnen actualiseren is het noodzakelijk dat al deze heelallen in potentie ´ergens´ voor eeuwig en altijd bestaan. Als ons heelal niet volledig in actualiteit gedetermineerd is of wordt, dan is de Basis van ons heelal desalniettemin volledig gedetermineerd. De enige andere mogelijkheid contra gedetermineerde, eeuwige, absolute Potentialiteit is het creeeren van Iets uit Niets: Actualiteit van een ding of universum die nergens vandaan komt, nergens op rust. Welnu, er is geen enkel fenomeen die de wetenschap kan bestuderen die uit het niets komt (het kwantumvacuum met virtuele deeltjes ed. is door reeele, bestaande (ofwel ´Iets´-) wetten bepaald). Dus, we begeven ons weer op het terrein van metafysica, en de wetenschap heeft geen poot om op te staan om hier iets zinnigs of sluitends over te zeggen. Maar goed, toegegeven is het Platonisme ook metafysica, ook al gaat het om Onveranderlijke Potentialiteit of een Onveranderlijk en Eeuwig (4-dimensionaal?) blok-universum, etc.
Met deze A) en B) wil ik alleen maar via een weg (er zijn er meerdere) beargumenteren dat (fysisch en mathematisch) Platonisme noodzakelijk waar is. Nee, dit is geen wetenschappelijk, bewijsbaar iets, het is metafysica. Maar van mijn part is het metafysica met een vergelijkbare kracht als Descartes´ ´Ik denk, dus ik besta´.
4) Als fysisch en mathematisch Platonisme waar is, is er noodzakelijkerwijs een Almacht, God, die niet alleen beide belichaamt (het transcendente en immanente, het eeuwige en het vergankelijke, etc.) maar ook de Brug is tussen potentialiteit (mathematisch-platonische wereld) en actualiteit (fysisch-platonische wereld). Of eerder andersom. God bestaat omdat er een Brug is tussen Potentialiteit en Actualiteit. Alleen een Almacht kan de stap van Potentialiteit naar Actualiteit maken, met zijn specifieke keuze bepaalt door zijn natuurwetten. Het is dus in mijn optiek niet zozeer de vraag hoe Iets uit Niets wordt gecreeerd (hoewel dat ook zeker een interessant perspectief is), maar eerder Iets uit Alles.
Aangezien de Brug=God bestaat, houdt dat ook in dat God ook de oevers belichaamt: Hij brengt dingen de Brug over en weer, en zonder beide oevers te kennen, kan de Brug gewoon niet bestaan: God is dus Brug en Oevers (belichaamt beide Platonische werelden).
5) Enige optie voor Wereld zonder God is dat de wereld eenvoudigweg ´is´.
Wetenschap kan nooit meer verklaren dan zich in eerste en laatste instantie zich te beroepen op het al bestaande, zoals ik hierboven herhaaldelijk zei. Als wetenschappers zeggen dat Iets uit Niets kan ontstaan, of Iets uit Alles, dan mogen ze dat gerust, maar kunnen zich niet legitiem laten steunen door wetenschap in het algemeen, zei het empirie of theorie of allebei. Dus, zoals de stelling zegt: de wetenschap als zgn. ultieme autoriteit omtrent waarheid etc. kan zich alleen redden door aan te nemen dat het Heelal gewoon ´is´. Maar het Heelal ´is´ niet ´gewoon´. Het verandert, dat wil zeggen, het verdwijnt voortdurend in het Niets of het Alles (de eeuwige potentialiteit), en het verschijnt voortdurend uit het Niets of het Alles. Of anders gezegd (en nu kan ik verwijzen naar Stephen Pinker), wetenschap zoekt naar relaties in tijd en ruimte: alle beweringen daarbuiten is geen wetenschap meer (het idee van vrije wil, waar Pinker vanuit zijn gezichtspunt uiteraard wat moeite (...) mee heeft, is dus geen wetenschappelijk concept). Nou, inderdaad, zou ik zeggen! Wetenschap gaat eenvoudigweg uit van tijd en ruimte, maar verklaart ze geenszins. 6) De enige redding om toch nog iets van stelling 5) te bakken is het antropisch principe. (Volgens wikipedia: ´Het zwak antropisch principe gaat uit van de constatering dat om enige vaststelling aan het universum te doen, er noodzakelijkerwijs intelligent leven moet zijn.´ Ik ga hier vooral in tegen de zwakke versie ervan. De beschrijving van het sterke antropisch principe op wikipedia vind ik trouwens maar erg zwak!) Het antropisch principe is wel de meest fatale, niet-legitieme mix tussen wetenschap en metafysica die wetenschappers ooit bedacht hebben. In plaats van een universum bestaan er meerdere, bijv. met veranderlijke natuurwetten of statische, waarvan wellicht alleen in enkele van de laatste leven kan ontstaan. Er is een hoop te zeggen over het antropologisch principe die er alleen maar op wijst dat het een rampzalig, hopeloos principe is (ook al zouden er best wel andere universa kunnen bestaan; dat ontken ik geenszins!). Maar het is in deze context een hopeloze verschuiving van het zoeken naar een antwoord op de vraag waarom ons universum en ons leven bestaat, zonder ook maar een millimeter dichter bij een God-loos ´Het universum is gewoon´ oplossing te komen. Misschien kan het ´verklaren´ (wat het niet doet, in mijn optiek; het is de ergste, ultieme post-hoc hypothese om een Verschijnsel te verklaren die wetenschappers ooit bedacht hebben) waarom wij in deze wereld bestaan, maar het kan bijvoorbeeld niet verklaren waarom de stabiele en instabiele Universa gescheiden van elkaar zijn, ofwel onafhankelijk van elkaar bestaan. Het Iets bestaat altijd in context van het Niets, of: Tussen een specifiek Iets en een ander specifiek Iets is een zeker Niets, ofwel een volledige (fysische) Blindheid tussen die twee. Als er ontelbare, van elkaar (deels?) gescheiden universa bestaan, is het Iets is dus alleen mogelijk als Alles en Niets bestaan. Hoe dan kom je dus weer uit op de noodzaak van de Brug zoals boven uitgelegd.
7) God is bewust of onbewust of allebei. Mja, hier ga ik in een andere log die wel of niet komt wellicht wel of niet op in.
Dat een God alleen maar moeilijke vragen oproept over hoe complex Hij wel niet moet zijn wil hij deze complexe wereld scheppen is met bovenstaande nu niet zo moeilijk meer aan te vallen. Het is gewoon geen zinnige vraag. Als het waar is dat Iets noodzakelijkerwijs tussen een Niets en Alles bestaat, is de basis van de wereld simpelweg oneindig complex. Een goede vraag is echter, hoe die Brug zijn werk doet. Daar hebben we Newton voor, maar een betere beschrijving bieden relativiteit en kwantummechanica. Beide theorieen werpen licht op metafysische waarheid (ook al, herhaal ik, kan wetenschap nooit sluitende conclusies trekken omtrent metafysica, of de wetenschap moet qua aard en richting wel heel drastisch veranderen de komende eeuwen), maar het is voorlopig nog maar een dim schijnsel waar vooral over de laatste een grote filosofische warboel omheen bestaat (ik heb me altijd afgevraagd, als er een enkel figuur geweest was die in het begin van de vorige eeuw de kwantummechanica vanuit filosofische principes had opgericht, net zoals E. dat met relativiteit had gedaan, dan was de boel vast een stuk duidelijker geweest vandaag de dag.)
Als fysisch en mathematisch platonisme (trouwens weet ik niet of er in wat voor literatuur dan ook over fysisch platonisme gepraat wordt, vast wel, al weet ik niet of men hetzelfde ermee bedoeld als ik hier) waar zijn, en er een Brug is die de afstand tussen Niets en Iets determineerd en evolueert, betekent dat dan echter inderdaad dat er een God moet bestaan? Hm, lijkt me wel, uiteraard. Maar om geen ongefundeerde mening te geven zomaar: Als de Brug bestaat, en die bestaat daar wij bestaan (het Godtropisch principe, eh...?), dan moet deze boven tijd en ruimte en materie staan, of beter: moet meer zijn dan alleen dat. Ook al hoort Niets daar misschien bij, zeker ook bestaat noodzakelijkerwijs een Meer Dan Wat Voor Huidig Iets dan ook aldus. Iets wat altijd ´meer´ of ´hoger´ is aan deze wereld kan je God noemen, dunkt me.
Zie bijv. Rudy Rucker, Oneindigheid (Ned. vert.) en Lakoff en Nuñez, Where mathematics comes from: How the embodied mind brings mathematics into being, voor discussies omtrent platonisme. Rucker is pro platonisme, Lakoff en Nuñez zijn contra platonisme.
